Actueel

Oktober 2018

Actueel:

Meer verlof voor partner bij geboorte baby
De Tweede Kamer stemde deze maand in met de nieuwe Wet Invoering Extra Geboorteverlof (WIEG). Als ook de Eerste Kamer instemt, krijgt de partner van de moeder bij de geboorte van een baby vanaf begin 2019 een hele week verlof (nu is dat nog twee dagen, betaald door de werkgever). De week geboorteverlof kan meteen worden opgenomen, maar dat kan ook in de eerste vier weken na de bevalling. Tijdens het geboorteverlof moet de werkgever 100% loon doorbetalen.

Per 1 juli 2020 komt hier het aanvullend geboorteverlof bij. Dit verlof duurt maximaal vijfmaal de wekelijkse arbeidsduur. Een werknemer die 32 uur per week werkt, heeft dan dus in totaal recht op 192 uur verlof (geboorteverlof en aanvullend geboorteverlof). Tijdens het aanvullend geboorteverlof ontvangt de werknemer een uitkering van UWV ter hoogte van 70% van zijn dagloon (tot 70% van het maximumdagloon). De werknemer moet eerst het geboorteverlof opmaken, voordat hij aanvullend geboorteverlof kan opnemen.


Toch overgangsrecht verkorting 30% regeling
Er komt toch een overgangsregeling, zo heeft het kabinet gisteren bekend gemaakt. Zoals in onze nieuwsbrief van mei al was aangekondigd, heeft het kabinet op Prinsjesdag aangekondigd de maximale looptijd van de 30%-regeling met ingang van 1 januari 2019 te verkorten van acht naar vijf jaar voor zowel nieuwe als bestaande gevallen. Maar nu komt er dus toch een overgangsregeling voor de 11.000 werknemers die de 30%-regeling direct per 1 januari 2019 zouden kwijtraken door deze wijziging. Voor wat betreft het verkorten van de looptijd van de 30%-regeling voor expats zonder enig overgangsrecht oordeelde de Raad van State al eerder dat dit niet getuigt van bestendige wetgeving. Daarnaast is het zeer de vraag of deze maatregel past bij de wens van de regeling om aantrekkelijk te willen zijn en blijven als vestigingsland. 


Rechtspraak

Niet altijd mogelijk om ontbindingsverzoek in te trekken bij ongunstige uitspraak
Hoge Raad: Als de rechter een arbeidsovereenkomst ontbindt, maar de verzoekende partij kan zich niet vinden in de hoogte van de door de rechter toegekende vergoeding, dan kan de verzoekende partij (doorgaans de werkgever) het verzoekschrift weer in trekken (er komt dan geen einde aan de arbeidsovereenkomst). De verzoekende partij kan dat echter niet – zo volgt uit deze uitspraak van de Hoge Raad - als rechter uitsluitend de wettelijke transitievergoeding toekent. De verplichting voor de rechter om degene die ontbinding verzoekt gelegenheid te geven tot intrekking van het ontbindingsverzoek (art. 7:686a lid 6 BW) geldt uitsluitend indien een zgn. “aanvullende billijke vergoeding”  (art. 7:671b en c BW) wordt toegekend aan de verwerende partij. Die verplichting geldt niet in het geval waarin de rechter de werkgever niet veroordeelt tot betaling van een billijke vergoeding, maar wel tot betaling van de transitievergoeding. Het is de rechter in een dergelijk geval echter wel toegestaan de verzoeker de gelegenheid te geven zijn verzoek in te trekken.
Link

Ook volledige transitievergoeding bij ontslag kort vóór AOW
Hoge Raad: In deze zaak bevestigt de Hoge Raad dat de wettelijke transitievergoeding gewoon betaald moet worden bij ontslag, ook als de werknemer binnen afzienbare tijd de AOW-leeftijd bereikt (en de transitievergoeding in feite hoger is dan de “inkomensschade” tot aan de AOW-leeftijd). Dat was misschien anders onder het oude arbeidsrecht, voor de invoering van de WWZ in 2015, maar dat heeft de wetgever willen veranderen, aldus de Hoge Raad. In deze zaak ging het overigens om de vraag of het daags voor de pensioengerechtigde leeftijd ontslaan van een langdurige (IVA) zieke werknemer leidt tot volledige betaling van de transitievergoeding of enkel het bedrag aan geld over de periode tussen ontslag en AOW-leeftijd. Het antwoord: de volledige transitievergoeding moet worden betaald.
Link

Verwijtbaar gedrag aandeelhouder vereenzelvigd met werkgever: hoge billijke vergoeding
Rechtbank Oost-Brabant: In deze zaak stond de vraag centraal of de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld jegens werkneemster (directrice en statutair bestuurder van werkgeefster). Na een privé transactie in vastgoed tussen de aandeelhouder (X) en werkneemster ontstaat een verstoorde arbeidsverhouding. De rechtbank stelt voorop dat het gedrag van X aan werkgeefster kan worden toegerekend omdat het  steeds X is geweest die de visie en strategie van werkgeefster bepaalde en niet werkgeefster zelf.  De duurzaam verstoorde relatie is in overwegende mate aan X – en dus aan werkgeefster – toe te rekenen, aldus de rechter. De rechter kent naast de transitievergoeding (van € 250k) een billijke vergoeding toe van nog eens € 550k.
Link

 

© AdvoKuyt | M.A. Kuyt-Fokkens & E.J. Houben | +31 (0)70 386 22 59 | info@advokuyt.nl

 

 

 

 

 

Advocaten

Advokuyt biedt u  een specialist in arbeidsrecht, medezeggenschapsrecht of pensioenrecht met de kwaliteit van een topkantoor voor een fair tarief. Wij werken niet met stagiairs of medewerkers, maar helpen u zelf direct met de beste service. Uw belang staat bij ons altijd voorop.

Door onze goede bereikbaarheid en grote mate van vakinhoudelijke kennis zijn we uw ideale sparringpartner op niveau.

Maya Kuyt-Fokkens en Erik Houben geven u snel, praktisch, duidelijk en goed advies.

AdvoKuyt is een besloten vennootschap en de advocaten van AdvoKuyt zijn ingeschreven bij de Nederlandse Orde van Advocaten (De adresgegevens van de NOvA: Neuhuyskade 94, 2596 XM Den Haag, 070 3353535, info@advocatenorde.nl).

AdvoKuyt is vanzelfsprekend verzekerd voor beroepsaansprakelijkheid (bij HDI-Gerling Verzekeringen N.V.) tot een maximum van € 2.000.000. 

AdvoKuyt heeft een klachtenregeling die van toepassing is op iedere opdracht. De klachtenregeling staat in het kwaliteitshandboek van AdvoKuyt (te downloaden onderaan de pagina).